Essay EU

Het essay van Maarten van der Kloot Meijburg en Jan Wever (FD 24 december) wordt ontsierd door onevenwichtigheden. Doel van hun essay is te pleiten voor een ‘grondige heroriëntatie, een politieke vernieuwing en voor een andere koers’ om het EU-noodfonds gevuld te krijgen.

Ja, het noodfonds moet gevuld worden, maar de auteurs pleiten voor een Europese politieke unie, een federaal Europa. Tegelijkertijd pleiten ze voor het op gang brengen van een Europees burgerlijk leerproces’, zonder zich bewust te zijn van deze twee onverenigbare grootheden. Europa is namelijk opgebouwd zonder enige vorm van democratie en dat is ‘traditie’ gebleven. En een politieke unie stuit ook op grote bezwaren van de bevolking van iedere EU-lidstaat; met uitzondering van België. Maar belangrijker: iedereen is vergeten dat een klassieke federatie géén soevereine lidstaten kent! Hebben de voorstanders van (con)federalisme dit over het hoofd gezien? Of wordt de EU soms een nieuw soort federatie mét lidstaten?

Waarschuwen tegen ‘een al te grote invloed van bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk’ is eveneens zinloos, want een angstkreet uit het verleden. Het reële gevaar ‘van vandaag’ zijn de kredietbeoordelaars én het vertrouwen van de markt.

Conclusie is dat de noodzakelijke en grondige heroriëntatie van de Europese democratie pas aan de beurt is ná afloop van de huidige crisis. Dit vanwege de haast van de financiële markten die crisis opgelost willen zien. Er bestaat dus géén ruimte voor andere dan de crisismaatregelen van dit moment; zoals altijd zonder democratie dus. Zelfs het Europees Parlement is onbenoemd gebleven door de auteurs!

Jan Willem Jongejans, Zoetermeer

(Geplaatst in het Financieele Dagblad van 31 december 2011)

Zwijgen Kroes schadelijk

Met nieuwsgierigheid heb ik het verslag van uw redacteur gelezen over de ondervraging van oud-mededingingscommissaris Neelie Kroes (FD 8 december – ‘Kroes zwijgzaam over eigen rol’). Door een storing op Politiek24 heb ik een groot deel van de beginbeelden gemist. Dus heb ik noch commissievoorzitter De Wit, noch Kroes kunnen horen verklaren waarom Kroes zo weinig mocht zeggen van ‘Brussel’ en geen toestemming kreeg om uitvoerig uit te weiden.

Ook uw redacteur geeft geen toelichting op dit vraagstuk, waaruit ik afleid dat die toelichting niet afgegeven is. Er was slechts een brief van Kroes waarin afspraken waren gemaakt over haar noodzakelijke zwijgzaamheid.

Eén staatsrechtelijke vraag blijft daarmee onbeantwoord: Kroes valt als Eurocommissaris klaarblijkelijk niet onder de Nederlandse (enquête)wet, maar hoe wordt de (Europese) verantwoordingsplicht dan wél geregeld? Moet Kroes onder druk van Nederlandse Europarlementariërs  alsnog verantwoording – kunnen – afleggen in
het Europese Parlement?

Blijkbaar waren de ondervragers van de commissie-De Wit zich niet bewust waren van de consequenties van deze zwijgzame Kroes, met als gevolg dat van een ondervraging geen sprake was. De toeschouwer haakte bijna af van het zinloze getouwtrek van de ondervragers. Weer heeft de toeschouwer het nakijken. Of heeft de politiek het nakijken en valt dit de commissie-De Wit te verwijten?

Jan Willem Jongejans, Zoetermeer

(Geplaatst in Het Financieele Dagblad van 13 december 2011)

Veldhuijzen

Staatssecretaris nog grover dan Geert Wilders? Tot mijn verbijstering kwam ik in de rubriek ‘De Week Waarin…’ een vergelijking tegen tussen een drietal vrouwelijke leiders (VN  45): Merkel, Veldhuijzen van Zanten en Nurten Albayrak van het COA. Van
de tweede werd gezegd  dat ze vanwege haar hand op de mond van de commissievoorzitter Zorg ‘In grofheid het “Doe ‘s normaal man’ van Geert Wilders aardig naar de kroon stak’.

Laat ik allereerst aangeven dat ik ‘bepaald’ geen CDA’er ben, maar als een ‘regelmatig’ toeschouwer van Politiek24 ben ik gedwongen het op te nemen voor deze
staatssecretaris van Volksgezondheid.  En wel vanuit mijn pure respect voor haar. Ik noem de volgende feiten: (1) haar pure, authentieke manier van optreden (incl. uitglijders) tegenover ‘politieke specialisten’; (2) haar verbale talent dat alle Kamerleden overtreft, en (3) haar ervaring als verpleeghuisarts inbrengt in het politieke debat, en waarmee alle carrièrepolitici overtreft, omdat ze alles uit het hoofd kan antwoorden en
geen ambtelijke teksten nodig heeft. Een pure verademing vergeleken bij het
gemiddelde geleuter in de Kamer. Dat ze een aantal fouten maakt die tegen de
mores van de Kamer ingaan, zoals de mond snoeren van de voorzitter, is haar van
harte vergeven, omdat haar authenticiteit bepalend is. Haar ambtelijke
medewerkers hadden haar waarschijnlijk niet verteld dat een commissievoorzitter
‘heilig’ is. ‘Foutje, bedankt.’ Ze bedoelde het als ‘ik word niet gestoord door geroep’; het kwam dus voort uit innerlijke irritatie.

Waar komt die irritatie vandaan? De gezamenlijke oppositiewoordvoerders zijn simpelweg tegen deze praktijkervaring van dit politieke groentje niet opgewassen en dat wekt mijns inzien pure jaloezie op. Ze heeft op elke vraag direct een antwoord klaar. Ze is dus even ongrijpbaar als onze premier. Met het verschil dat Rutte een gerespecteerd routinepoliticus is, maar Van Zanten een nieuweling in het politieke métier en dus nog respect moet verdienen, maar wel een puur talent dus. Petje af voor deze staatssecretaris die eindelijk (pffff) eens de zorgsector in begrijpelijke woorden weet uit te leggen. Iedereen zou zich tegenover deze ervaringswereld klein voelen, behalve de betrokken Kamerleden die een te groot ego hebben.

Jan Willem Jongejans, Zoetermeer

(Geplaatst in Vrij Nederland van 19 november 2011)

Senaat

Frank van den Heuvel, redactielid van het CDA-blad CDVerkenningen, beweert dat de oppositie in de senaat ‘door xe9xe9n zetel te winnen ook beleid kan maken, initiatiefwetten goedgekeurd krijgt en in feite meeregeert’ (FD 27 mei).

Zo simpel ‘PVV en SGP buitenspel zetten’ kan in de praktijk waarschijnlijk niet, al klinkt het wel logisch voor wie uitgaat van een traditioneel ‘zero-sum-game’. Van een Stratego-schaakspel waarin het voordeel de ene keer doorslaat naar de ene en dan naar de andere kant is geen sprake. De
‘overzijde’ laat al zien dat stemverhoudingen lang niet altijd over een scherpe links-rechts-scheidslijn lopen. Van den Heuvel denkt nog in het oude jargon. De nieuwe (minderheids)verhoudingen in het parlement als nieuw fenomeen zijn afhankelijk van verschillend gekleurde gedoogpartijen: de een principieel dwarsliggend, de ander fundamenteel gezagsgetrouw. Daardoor is niets meer
berekenbaar of voorspelbaar.

Belangrijker dan de meerderheidsvorming per wetsvoorstel in de Eerste Kamer is de formele rol van dit orgaan: kwaliteitsbewaking. De vraag is wat we hieronder in de praktijk moeten verstaan, want ‘uitvoerbaarheid’, ‘consistentie’ en ‘doelmatigheid’ zijn abstracte begrippen die in verschillende
dossiers verschillend zijn uit te leggen. Slechts een analyse van Eerste Kamerhandelingen kan uitkomst bieden.

Jan Willem Jongejans,

Zoetermeer

Copyright (c) 2011 Het Financieele Dagblad

Door: Jongejans, J.W.

Dxc3xa9 les: meer openheid

Eindelijk begint deze krant met een klein soort brede maatschappelijke discussie over kernenergie. Ik was tegen kernenergie en ben nu sterker tegen vanwege de risicoxe2x80x99s van de radioactiviteit bij ongelukken en het afvalprobleem. De mensheid te weinig grip heeft op deze energievorm. Nederland is te dichtbevolkt om verder te gaan met kernenergie. Want buiten Tsjernobyl (1986), Harrisburg
(1979), en nu Fukushima is er te weinig bekend van andere ongelukken. Zelfs Borssele heeft een geschiedenis van 372 incidenten die zijn verzwegen. Foute boel dus.

Jan Willem Jongejans Zoetermeer

(Geplaatst in Trouw van 13 april 2011)

Referendum

In 'Verbatim' van FD 2 april wordt Tweede Kamerlid Diederik Samsom geciteerd: 'Een volksvertegenwoordiger die vraagt om een referendum is het faillissement van het parlement.' Hoezo betekent een referendum-vragende parlementarixc3xabr het faillissement van het parlement?

Eerder was Samsom al in het nieuws vanwege zijn schampere opmerkingen dat 'Fukushima' misbruikt werd door groene activisten tegen kernenergie. Hij vergeet echter dat een referendum niet past binnen een stelsel van evenredige vertegenwoordiging, waarbij het volksmandaat aan het parlement is. Er bestaat brede onvrede over het bestaande bestel en het zou niet mogen verbazen als bij een eerstvolgende grondwetswijziging een plebisciet zal worden ingevoerd. Dat betekent dan een gemengd stelsel van evenredige vertegenwoordiging, aangevuld met correctieve referenda. En over vijftig jaar bestaat er al helemaal geen kiesstelsel op basis van evenredige vertegenwoordiging meer, want dan stemt de gehele bevolking mee in een digitaal stemsysteem, dat rechtstreeks de regering controleert.

Het referendum past dus niet binnen de huidige grondwet, maar dat kan veranderen als het referendum wordt ingevoerd in de grondwet en dat is te allen tijde mogelijk. Dat betekent geen faillissement van het parlement. Hoe kom je erop?

Jan Willem Jongejans, Zoetermeer

Het gaat om de inhoud

In reactie op het interview met Bastiaan Bommeljxc3xa9 (Opinie & Debat, 5 maart) het volgende. Bommeljxc3xa9 probeert zich weliswaar in de schoenen van de lezer te plaatsen, maar ik herken niets van zijn betoog. En laat ik dan ook maar direct iets zeggen over zijn mening dat het tabloidformaat levensgevaarlijk is: onzin. Het gaat om de inhoud en in welke vorm de content  gegoten wordt, maakt niets uit. Ik behoor inmiddels tot de senioren, maar ik las wel het Algemeen Handelsblad aan het begin van de middelbare school (en ben ik dus mijn hele leven blijven doen) en bij het eindexamen van wat nu vwo is, was het zaak om een bepaalde actualiteit goed onder woorden te brengen, want je wist dat een opstelonderwerpen over de actualiteit ging. Ik trof het geluk dat ik via de krant een internationaal probleem letterlijk had voorbereid, en kreeg daarvoor een 10. Ben dus met een 9 als gemiddelde voor het vak Nederlands van school gegaan.

Kwaliteitskranten zullen nooit hun bestaansrecht verliezen omdat het hoger ontwikkelde segment van onze samenleving zijn xe2x80x98algemene ontwikkelingxe2x80x99 moeten bijhouden en dat doe je niet via internet, maar met de krant. Een simpele waarheid.

JAN WILLEM JONGEJANS

 Zoetermeer

(Geplaatst in NRC Handelsblad van 12 en 13 maart 2011)

Het mediamoment van Fortuyn

In een prachtig betoog probeerde Bas Heijne (De Groene, 24 februari) een verklaring te vinden waarom Fortuyn, die in zijn ogen xe2x80x98iemand [was] die zich niet aan die informele, geconformeerde eigenschappen van de culturele elite [hield], maar plotseling zijn moment vond en boven zichzelf uit groeide. Hij zag dat de populaire cultuur en media veel meer macht hebben dan werd verondersteld.xe2x80x99

Heijne vergeet de factor dat Fortuyns opbouw van xe2x80x98implicietexe2x80x99 politieke macht al gaande was, vanwege zijn stijging in de peilingen met zijn eigen LPF. Daarmee trok hij automatisch en noodzakelijkerwijs de aandacht van de media. Voorafgaande aan die tijd hadden diezelfde media hem volkomen genegeerd, want een xe2x80x98non-issuexe2x80x99 (met uitzondering van zijn benoeming als lijsttrekker van Leefbaar Nederland). Maar eenmaal als een komeet in de peilingen, was er mediatechnisch geen houden meer aan. Dat voelde hij aan en hij genoot.Geen xe2x80x98plotselingxe2x80x99 vinden van zijn moment dus: zijn xe2x80x98momentxe2x80x99 voldeed volledig aan de mediawetten in onze mediacratie. Fortuyn ervoer de macht van de media, die Heijne zelf niet afdoende onderkende in zijn tekst.

JAN WILLEM JONGEJANS, Zoetermeer

(Geplaatst in De Groene Amsterdammer van 10 maart 2011)

Niet Thorbecke

Tot mijn verbijstering las ik in het FD (van 5 maart) dat Thorbecke ons in 1848 xe2x80x98heeft opgescheept met getrapte verkiezingen van de Eerste Kamerxe2x80x99. Dat is apert onjuist. Niet Thorbecke heeft ons ermee opgescheept. Zijn conservatieve tegenkrachten hebben de Eerste Kamer met getrapte verkiezingen als wapen tegen de xe2x80x98waan van de dagxe2x80x99 gehandhaafd, tegen de overduidelijke hervormingsvoornemens van Thorbecke in. Redacteur Winkel beroept zich op historicus Remieg Aerts, die aan een biografie van Thorbecke werkt, maar er bestaat al het voortreffelijke proefschrift van Jan Drentje uit 2004, waarin wordt duidelijk gemaakt wat voor politieke gevechten Thorbecke heeft moeten leveren om de parlementaire democratie in ons land institutioneel te vormen. Dus niet Thorbecke heeft ons met dit wanproduct opgescheept, maar de conservatieve elite van dat moment, die iedere wijziging van de status quo heeft tegengehouden. Een wezenlijk verschil.

Jan Willem Jongejans, Zoetermeer

(Geplaatst in het Financieele Dagblad van 9 maart 2011)

 http://digikrant.fd.nl/20110309/public/pages/01007/articles/FD-20110309-01007008.html